De deelnemers starten in een voorstad van Dublin. Wie het eerst helemaal rond Ierland en Noord-Ierland kan fietsen, is de winnaar. Hoe de renners hun race indelen, mogen ze zelf kiezen. Eten, slapen en plassen gebeurt naar eigen behoefte.

Tim Veremans uit Bobbejaan-dorp Lichtaart hoopt elke dag zo'n twintig uur te fietsen. 'Zo kan ik drie uur slapen en heb ik nog een extra uurtje om te douchen, andere kleren aan te trekken en een warme maaltijd te eten', zegt hij. Het parcours van de Race around Ireland loopt door een landschap dat vergelijkbaar is met de Ardennen: bijzonder lastig dus. Ter vergelijking: in de Ronde van Frankrijk leggen de renners ongeveer 3.600 kilometer af, gespreid over drie weken. Na elke rit kunnen de Tour-renners ook lekker uitslapen in een hotelbed. 'Toch is deze wedstrijd minder zwaar dan de Tour', zegt Tim. 'Neem nu Andy Schleck en Alberto Contador. Die moesten in de bergen elke dag tot het uiterste gaan voor elke seconde. Wij fietsen de hele tijd aan een strak tempo, maar nooit tegen de limiet.'

Ultra-atleten

Via de Race around Ireland wil Tim zich kwalificeren voor de legendarische Race across America. Ook dat is een wielerwedstrijd voor zogenaamde ultra-atleten, extreme duursporters zeg maar. Alleen is de Amerikaanse versie nóg langer en nóg zwaarder: 4.850 kilometer, van Los Angeles naar New York. Als Tim zich plaatst, wordt hij de eerste Belg in twintig jaar aan de start van de Race across America.

'Ik vind het gewoon leuk om grote uitdagingen aan te gaan', legt Tim Veremans uit. 'Het geeft je de moed en de zin om keihard te trainen, ook als het regent of ijskoud is buiten. Bovendien krijg je dankzij dit soort wedstrijden een unieke kans om een land van binnenuit te ontdekken.'Al meer dan een jaar is Tim bezig met de voorbereiding. Zijn langste fietstocht tot dusver was een rit van 380 kilometer: eerst een tourtocht in de Ardennen, waarna hij met de fiets weer naar huis reed.